Sitemenu

woensdag 25 november 2020
left
content-main-left

Nieuws

Twee op de drie Nederlandse melkveehouders neemt deel aan bedrijfsspecifieke excretie (bex). Dat blijkt uit cijfers over 2011 van BLGG AgroXpertus.

Een jaar geleden was de deelname nog ruim de helft van de Nederlandse melkveehouders (52 procent). Volgens BLGG AgroXpertus is de toename vooral het gevolg van een aanscherping van de normen voor fosfaatbemesting. Daarmee is het ook voor minder intensieve bedrijven aantrekkelijk om bedrijfseigen excretiecijfers te hanteren.

Minder mestafzet

Veehouders die deelnemen aan bex kunnen bedrijfseigen excretiecijfers hanteren als alternatief voor de nationale excretienormen. Deelnemers moeten het ruwvoer onder andere laten bemonsteren en analyseren en voorraden bijhouden. Door het rantsoen te optimaliseren daalt de excretie. Hierdoor dalen de kosten voor mestafzet of ontstaat er meer ruimte voor aanvoer van dierlijke mest.

Terugdringen fosfaatoverschot

Toeleveranciers en adviseurs hebben hun klanten het afgelopen jaar nadrukkelijk gewezen op de voordelen van bex. Niet in de laatste plaats omdat bex een belangrijke rol speelt om het nationale fosfaatoverschot terug te dringen. Voerleveranciers hebben daartoe afspraken gemaakt in het voerconvenant.

Analyse van het ruwvoer is vereist voor deelname aan bex
Analyse van het ruwvoer is vereist voor deelname aan bex
right