Sitemenu

zondag 28 februari 2021
left
content-main-left

Nieuws

De gemiddelde tijdsduur tussen het vaststellen van een koe die bvd bij zich draagt en het verwijderen of verplaatsen van het geïnfecteerde dier bedraagt in de praktijk gemiddeld 112 dagen of bijna vier maanden.

Dat concludeert dierenarts Stefaan Ribbens van Dierengezondheidszorg (DGZ) Vlaanderen in een Veepeilerstudie. Ribbens volgde de levensloop van 2542 runderen in de periode oktboer 2009 tot en met oktober 2011 die positief getest waren op bvd en afkomstig waren van 1076 bedrijven.

Na onderzoek nog steeds op bedrijf

Van de gevolgde bvd-dragers werden er 1411 (55,5 procent) van het erf verwijderd zodra de diagnose werd gesteld. Een groep van 470 dragers (ruim 18 procent) waren midden oktober 2011 nog steeds in leven op het beslag van bloedonderzoek. Ten slotte werden 112 runderen (4,4 procent) uitgevoerd naar het buitenland.

In totaal 549 gevolgde dragers werden in de loop van hun leven verplaatst naar een ander rundveebedrijf, waar ze dieren hebben besmet. Enkele bvd-dragers uit het onderzoek verbleven op vijf of zes bedrijven, waar ze telkens opnieuw een bron van besmetting vormden. 1356 Vlaamse rundveebeslagen (6,3 procent) kwamen in de onderzoeksperiode op de één of andere manier in contact met een bvd-drager, zonder dit te weten.

Besmetting vermijden door bloedonderzoek

DGZ Vlaanderen adviseert veehouders om bvd-dragers zo snel mogelijk op te sporen door bloed van kalveren te laten onderzoeken of een oorbiopt af te nemen. Besmette dieren dienen zo snel mogelijk geëlimineerd te worden. Daarnaast is besmetting met bvd volgens DGZ heel goed te vermijden door gebruik te maken van een aankoopprotocol.

Bvd is bij kalveren op te sporen door het insturen van een oorbiopt
Bvd is bij kalveren op te sporen door het insturen van een oorbiopt
right